De bevrijding van noordoost Nederland

De bevrijding van noordoost Nederland aan de hand van ‘Poolse strijders over de hondsrug’

In april 1944 vocht de Poolse Pantserdivisie onder leiding van generaal Maczek mee voor de bevrijding van noordoost nederland in Drente en Groningen. Daarbij werkten ze samen met Belgen van de Special Air Service, een soort van ‘special forces’. Eerder dit jaar verscheen het boek ‘Poolse strijders over de Hondsrug‘. Met behulp van het boek en beeldmateriaal schetsen we enkele highligts van deze acties.

8 en 9 april 1945

Op 8 april maakten de Polen om vier uur ’s middgs contact met de Belgen bij Coevorden ter voorbereiding om de brug bij Oosterhesselen in te nemen over de Verlengde Hoogeveense vaart. Deze was waarschijnlijk sterk genoeg om de zware Sherman tanks te dragen.

Op 9 april namen de Polen in samenwerking met de Belgen de brug bij Oosterhesselen in. De Poolse genie versterkte op advies van lokale ingenieur van Rijkswaterstaat de brug met tramrails. In de avond van 9 april kwamen meer en meer Polen aan in Coevorden vanuit Duitsland. Zo startte hun belangrijke bijdrage aan onze bevrijding. Om half tien ’s avonds reed de eerst Poolse tank over de brug.

10 april 1945

Op 10 april trokken grotere aantallen Polen over de Verlengde Hoogeveense vaart over de burg bij Oosterhesselen. Op die dag bevrijdden ze plaatsen in Drente zoals Nieuwlande en Hollandsche veld. Helaas gaat dit niet zonder verliezen. Bij Wezuperbrug stak een Poolse patrouille het Oranjekanaal over waarbij ze stuitte op Duitse tegenstand. Hierbij sneuvelden Józef Turkowiak (34 jaar oud) en Stefan Jan Kosztubajda (27 jaar).

Ook raakte bij gevechten bij Noordbarge Stanisław Nowak gewond. Hij overleed de volgende dag in een militair hospitaal in Emmen aan zijn verwondingen, 36 jaar oud.

https://youtu.be/v-48C00bM8c

11 April 1945

Nadat op 10 april Emmen was bevrijd, trokken de Polen op 11 april verder op naar het noorden, noord-oosten. Bij Odoorn sneuvelt tankcommandant Bolesław Laskowski. Op het moment dat hij zijn tankpeloton halt liet houden om de omgeving te verkennen, werd hij door een Duitse kogel geraakt en viel van de tank. Zwaargewond werd hij afgevoerd naar naar het ziekenhuis in Emmen maar overleed onderweg 30 jaar oud.

12 april 1945

Deze dag in 1945 leverden de Polen en Belgen strijd rond plaatsen als Borger en Standkanaal. De Belgen verloren drie man bij Veele. De Polen verloren die dag in totaal 5 man. Onder hen Stanisław Kowalczyk, 38 jaar oud, als een Duitse granaat explodeert in zijn carrier vlak bij de Eeserbrug bij Borger. In Buinen sneuvelde Stanisław Bieliniec. Burgers wilde hem te hulp schieten. Het achtjarige zoontje Jacob Dieters werd hierbij dodelijk getroffen door een verdwaalde kogel.

Over de bevrijding van Vlachtwedde vertelt een bewoonster op de site ‘De Verhalen van Groningen’: “De Polen waren aardig tegen ons. Ze kookten slachterij in een emmer die ze bij de stelmaker W. Smid in de grond hadden gezet en vroegen mij of ik ook wat wilde. Ik kon ze niet verstaan, maar begreep ze wel.” De foto die u ziet in onderstaande video werd gemaakt in het najaar 1944 in Brabant maar is een mooie illustratie hoe Polen kinderen voedden.

Hoogtepunt van de dag was voor de Polen de bevrijding van gevangenen Kamp Oberlangen net over de Duitse grens. Toen de militairen hoorden van Poolse gevangen net over de grens reden ze met enkele tanks, tegen hun orders in, de Duitse grens over. In het kamp troffen ze ruim 1700 Poolse vrouwen. Zij waren na de Opstand van Warschau door de Duitsers krijgsgevangen genomen en kwamen in dit kamp terecht. Wat volgde was een emotioneel weerzien maar daarover de komende dagen nog meer.

13 April 1945

Op dertien april trokken de Polen op richting Tange-Alteveer. Daarbij stuitte ze op een Duitse verdedigingslinie. Bij de gevechten die volgde verdient luitenant-kolonel Karol Józef Complak hoge onderscheidingen, de Britse Distinguished Service Order en de Nederlandse Bronzen Leeuw omdat hij vooraan in de vuurlinie leiding geeft aan de opmars.

“On 12th April 1945 in the Tange-Onstwedde/Holland/ the Ist Infantry Brigade attacked a strongly defended enemy position under extremely heavy enemy fire. Lieutenant Colonel Complak seeing that our attack was held up by enemy fire, put his command post in the area of the forward company, and despising the personal danger, commanded and co-ordinated the attack of the leading company’s. With the support of the self propelled guns, which were playing the part of infantry support tanks, thus making it possible for the attack to go forward. In this way, being in the fore front of the attack and giving a fine display of bravery and coolness, Lieutenant Colonel Complak stormed with his men the first row of houses in Tange. In no time the localities of Tange and Onstwedde were taken, the enemy had heavy losses / 70 Killed and more than 100 prisoners/ our losses were exceedingly small. Without Lieutenant Colonel Complak’s presence, this attack on very heavily defended enemy’s position, would have been very costly, both in men and time lost. Throughout the fighting in France, Belgium, Holland and Germany, Lieutenant Colonel Complak has shown great coolness and personal bravery and been an example of true Soldier’s bravery on the Battlefield”.

Recommendation by : Major General Rudnicki, D.S.O., GOC 1st Armoured Division.
Dated : 28th June 1945 via Warrelics

De Polen namen ruim honderd Duitsers krijgsgevangen en bevrijdde Tange-Alteveer. Bij de gevechten sneuvelt Bernhard Grabowski.

De meeste Poolse soldaten die in april sneuvelden zijn overgebracht naar Breda in de jaren na de oorlog. Zo niet het lichaam van Bernhard Grabowski. Hij ligt samen met twee Nederlandse verzetsstrijders, Jacob Feringa en Hendrik Lever onder een monument op de lokale begraafplaats.

In totaal verloren de Polen op 13 april Polen zeven man. Drie van hen als gevolg van verkeersongelukken als ze een bezoek wilden brengen aan Oberlangen wat de dag daarvoor bevrijd was.

De bevrijdde plaatsen op die dag zijn Alteveer,  Blijham, Bourtange, Gasselte, Gasselternijveen, Gieten, Gieterveen, Holte, Nieuw Buinen, Nieuwe Pekela, Ommelanderwijk, Veelerveen, Veendam, Wedde, Wedderveer en Wildervank.

14 april 1945

Op dei dag bevrijdde de Poolse pantserdivisie plaatsen zoals Meeden, Muntendam, Oude Pekela, Westerlee en Zuidwending.

De divisie verloor twee man: Fuselier Piotr Malinowski en korporaal Roch Kiroja. Kijora raakte de 13de april gewond bij Plaggenborg en overleed in een noodhospitaal in Sellingen. Kijora diende onder de naam Stankiewicz. Het vechten onder een pseudoniem was om de familie thuis te beschermen mochten de soldaten ooit gevangen genomen worden door de Duitsers.

15 april 1945

Op vijftien april bevrijdden de Polen de plaatsen Heiligerlee, Midwolda, Nieuwe Statenzijl, Oostwold, Scheemda, Winschoten en Zuidbroek.

Die dag verloor de divisie drie man. Schrijnend in het geval van Jan Andrzej Kozakiewicz. Hij is een van de Polen die naar Oberlangen reisde op zoek naar familie. Zijn jeep raakte in een greppel. Zijn zus vond haar broer na al die jaren oorlog terug in de ziekenboeg van kamp Oberlangen. Hij was helaas aan zijn verwondingen bezweken en werd 22 jaar oud.

16 april en verder volgt…….

De foto boven dit bericht toont de bevrijdde Poolse vrouwen van kamp Oberlangen. 
© IWM (HU 106428)

“VOOR UW VRIJHEID EN DE ONZE” – Poolse offers voor de vrijheid

“VOOR UW VRIJHEID EN DE ONZE” – DE POOLSE SLACHTOFFERS VAN DE STRIJD IN NEDERLAND

Onder deze titel schreven we samen met de Stichting Driel-Polen een artikel. Dit artikel is geplaatst in het magazine van de Vereniging Vrienden van het Airborne Museum. Het artikel sluit naadloos aan bij de lezing die we samen verzorgen op zaterdag 30 maart.

Voor de lezers van dit magazine is de Poolse strijd in Nederland onlosmakelijk verbonden met de septemberdagen van 1944. Ook het Poolse aandeel in de bevrijding van het zuidwesten en noordoosten van ons land is redelijk bekend. Onderbelichter is de rol van Poolse piloten en verzetsstrijders. Tijd om eens wat licht te werpen op de offers die werden gebracht, met speciale aandacht voor de Slag om Arnhem.

Het artikel is in PDF te lezen op Polen in Beeld. Bij het artikel namen we op deze site ondersteunende informatie op.

Foto boven dit bericht: © IWM (CH 3014)
The new Polish Air Force standard was made by women and their families in Wilno (Vilnius) in Poland, then under the Soviet occupation, and was smuggled to Sweden by Japanese diplomats from where it eventually reached Britain in March 1941.

Lezingen en filmvertoning

Op 30 maart verzorgen we een lezing ‘Poolse bijdrage aan de bevrijding’ in het Airborne Museum Hartenstein. Op vrijdag 12 april verzorgen we een inleidende lezing bij de aangrijpende film over de Opstand van Warschau bij Historamawereld in Best in het kader van hun Poolse weekend. Op zondag 14 geven we twee keer een lezing in het kader van hetzelfde weekend.

Kijk op Polen in Beeld voor details:

Mysterie in Sint-Michielsgestel: Lege graven?

Op 19 september 1944 worden gliders van leden van de Poolse parachutisten brigade naar hun landingszone gesleept op de Johannahoeve bij Oosterbeek. In glider met ‘chalknumber’ 126 zitten de piloten sergeant Ronald Osborne en sergeant Norman Whitehouse van de Glider Pilot Regiment en de Poolse geschut bemanning: Kanonnier Maśłorz en Kanonnier Nowak bij hun 6-pond antitank geschut en jeep.

Boven Brabant wordt de glider geraakt door Duits luchtafweergeschut en de glider crasht bij Sint-Michielsgestel. Alle vier de slachtoffers worden begraven op de rooms-katholieke begraafplaats. Na de oorlog – in 1946 – worden de beide Polen overgebracht naar de oorlogsbegraafplaats in Oosterbeek. De beide Britse slachtoffers blijven in Sint-Michielsgestel.

Wie vandaag de dag de begraafplaats bezoekt ziet opmerkelijk genoeg nog vier grafstenen op een rijtje. De twee graven van de glider pilots en twee grafstenen met de tekst “A SOLDIER OF THE 1939-1945 WAR | POLISH ARMY AIRBORNE 19TH SEPTEMBER 1944”. Het gaat om de eerste en tweede steen van een rijtje van vier.

Vier of zes slachtoffers?

In 2012 schreef Jos van Alphen een verhandeling over deze graven (in PDF op Polishwargraves). Zijn verslag bevat correspondentie tussen het Rode Kruis en de gemeente over de slachtoffers. Daarin duikt het aantal van zes slachtoffers op dat bij de crash zou zijn omgekomen. In een lijst met slachtoffers zien we het volgende:

Bij Maśłorz en Nowak staat ‘ herbegraven’. Dit suggereert dat de lijst is van na 1946 toen de beide lichamen zijn overgebracht naar Oosterbeek. Osborn wordt hier nog, ten onrechte, ook als Pool aangemerkt. Op deze lijst staan dus nog twee onbekende Poolse soldaten van het luchtlandingsleger. Echter volgens de logs van de vlucht waren maar vier militairen aan boord.

Verslag van 20 september 1945

De verhandeling bevat ook nog een verslag, op geschreven door een onbekende persoon een jaar na dato op 20 september 1945. Hierin staat beschreven dat de lichamen van beide Polen worden geïdentificeerd.

Daarna staat beschreven (zie afbeelding) dat “Van andere lijken werden bijgaande linkermouw-distinctieven afgenomen, welke hierbij gaan in enveloppe gemerkt Poland Airborne.” Dit zou uiteraard kunnen gaan om de beide lichamen van de gliderpilots. omdat de schrijver het hier over meervoud heeft, gaat dit in ieder geval ten minste om twee lichamen. Wat zouden we graag de inhoud van de enveloppe kennen.

Intrigerend taalgebruik in verslag

Daarna volgt hoe de Duitser te plaatste komen en papieren meenemen. Ten slotte volgt dan nog een intrigerende zin: “Onder de wrakstukken in den grond liggen zeker nog twee lijken, doch gezien den oorlogstoestand is nog niet met de uitgraving daarvan kunnen worden begonnen.”

Deze zin is om twee redenen intrigerend. Ten eerste: Zijn dit de lijken waarvan de mouwemblemen zijn afgenomen of andere lijken? Als dit andere lijken zijn, dan komt het opstelsommetje tot ten minste zes lijken. Ten tweede het taalgebruik. Dit suggereert alsof dit opgeschreven is kort na het gebeurde en niet een jaar later zoals de datering onderaan aangeeft. Je zou eerder verwachten ” ……den oorlogstoestand kon nog niet met de uitgraving daarvan worden begonnen.” Waarna dan de slotzin onderaan het verslag een logische toevoeging zou zijn dat op een later moment uit gedane opgraving bleek dat er geen stoffelijke resten meer aanwezig waren.

Het stuk vermeld verder nog hoe alle lichaamsdelen van de bemanning op 20 september 1944 op de R.K. begraafplaats na een dienst in de parochiekerk ter aarde zijn besteld. Als laatste zin bevat het stuk nog “Uit gedane opgravingen is gebleken, dat er geen lijken of resten van lichaamsdelen ter plaatse nog aanwezig zijn.”

Terug naar de vraag: vier of zes?

In zijn betoog eindigt van Alphen met de conclusie dat er niet meer dan vier personen aan boord van de glider waren waarmee het vermoeden ontstaat dat beide grafstenen in Sint-Michielsgestel een mooi aandenken zijn aan de beide daar omgekomen Polen maar dat in het graf geen resten meer liggen van Poolse para’s.

Maar net zo goed dat een fout in de informatie kan sluipen in Nederland in 1944 en 1945 zou dit ook het geval kunnen zijn geweest aan de kant van het Britse of Poolse leger. Navraag bij Commonwealth War Graves Commission leert dat zij zeker zijn dat er in de graven nog twee stoffelijke overschotten liggen.

De vraag is dan natuurlijk welke vermiste militairen dan onder de grafsteen liggen. Twee Polen die niet meer konden afwachten om de strijd aan te gaan? Zolang de graven gesloten blijven, en er geen andere informatie opduikt, zal er geen een eenduidig antwoord zijn.

Extra’s

De genoemde Jan Zając op de lijst is een lid van de Pantserdivisie. Hij overleed in het militaire hospitaal in Sint-Michielsgestel. Overigens bevat het legernummer op de lijst een typefout. Dit moet zijn V3652.

De PDF van Jos van Alphen is ook hier opgeslagen mocht bovenstaande link naar Polish Wargraves in de toekomst eventueel niet meer werken.

Filmvertoning van het aangrijpende ‘Warsaw Uprising’

Komende zomer, op 1 augustus, is het 80 jaar geleden dat in Warschau een grootschalige opstand uitbrak tegen de Duitse bezetter. Toen gemaakte filmopnamen vormde in 2014 de basis voor een uniek project: Er werd een anderhalf uur durende film gemaakt. Deze film is – voor zover wij weten – pas een keer eerder in Nederland vertoond. Op vrijdag 12 april is in Best een vertoning waarbij wij – Polen in Beeld – een inleidende lezing verzorgen. Deze filmvertoning is de opening van een Pools weekend bij museum Historamawereld.

Over de film

Gelijk bij de start van de opstand werd er een persdienst gevormd en teams uitgestuurd op de opstand te registreren. De beelden die toen gemaakt zijn, werden in aanloop naar 2014 gerestaureerd, ingekleurd en met behulp van liplezers en acteurs voorzien van dialogen en geluid. De resultaten hiervan zijn zo gemonteerd dat een lopend verhaal ontstaat. Dit draait om twee broers die samen een filmploeg vormen. Door hun ogen en camera beleven we de opstand.

Wil je meer weten over de film, lees dan het artikel dat we in 2014 schreven op Polen in Beeld. De context van de opstand is te lezen in Polen in de Tweede Wereldoorlog: deel 2

Wil je de lezing en vertoning bijwonen? In de activiteit op Polen in Beeld kan je lezen hoe je je kan opgeven. Let op, het aantal plaatsen is beperkt dus wees er snel bij!

LET OP: de film is Pools met Engelse ondertitels

Mooi vormgegeven boek eert 60 Poolse strijders op de Hondsrug

Op 18 december in Stadkanaal was de boekpresentatie van ‘Poolse strijders over de Hondsrug. Een publicatie die de onderbelichte bijdrage van Polen en Belgen aan de bevrijding van Noord-Nederland belicht.

De schrijver Harold de Jong is militair van origine en onderzocht verhalen van de Tweede Wereldoorlog in Noord-Nederland. Terecht zag hij dat daarin bepaalde verhalen onderbelicht waren. Zo publiceerde hij in 2020 al Franse Para’s in Drenthe, over de operatie Amherst. In zijn nieuwste boek eert hij de vijfenzestig mannen die omkwamen bij de bevrijdingvan Drenthe en Groningen. Vijf van de Belgische SAS en zestig van de Eerste Poolse Pantserdivisie: Poolse Strijders over de Hondsrug.

Bredere kijk op de geschiedenis

Een paar dingen vallen gelijk op als je het boek in handen krijgt. Natuurlijk de vormgeving van deze hardcover. Een sprekend ontwerp en, als je er snel door heen bladert, valt op dat rijk gebruik is gemaakt van beeldmateriaal in de vorm van foto’s en kaarten. De kaderteksten en mooie ingekleurde fotovan Maczek verlevendigen deze mooie vormgeving.

Het tweede dat opvalt is de wijze waarop de schrijver de mannen eert: Het begint met de namenlijst voor in het boek. In de tekst wordt de naam van iedere gesneuvelde militair vetgedrukt. Naast de tekst staat – wanneer beschikbaar – het portret. De kaarten bevatten niet alleen de afgelegde routes van de troepen maar ook duidelijke aanduidingen van de locaties waar de militairen sneuvelden. Aan het einde van het boek volgt nog een portrettengalerij van de zestig Polen.Zo geef hij letterlijk de strijders die sneuvelden een gezicht.

Over de grens

Waar boeken vaak kijken naar het lokale perspectief en stoppen bij de grens, heeft Harold de Jong gekozen om de campagne als afbakening te gebruiken. Zo maken we ook kennis met de bevrijding van het gevangenenkamp Oberlangen. Een kleine groep Polen trok snel Duitsland in toen ze van de lokale bevolking hoorde dat daar Poolse vrouwen gevangen zaten (lees meer over Oberlangen). Helaas kwamen drie Polen om bij het bezoek aan het bevrijde kamp. Schrijnend is het verhaal van Jan Andrzej Kozakiewicz. Tweeëntwintig jaar oud heeft hij de oorlog (bijna) overleefd en gaat naar het kamp op zoek naar zijn zus. Hij verongelukt op weg naar het kamp. Zijn zus, die daar inderdaad aanwezig was, wordt verenigd met haar overleden broer.

Ook onderdeel van de campagne is de strijd om Dörpen en het Küstenkanaal. Met 12 gesneuvelde Polen is dit de bloedigste episode van de pantserdivisie in deze campagne.

Een hoopgevende epiloog

Interessant is ook zijn keuze voor de epiloog. Daarin komt het verhaal aan bod van Dominik Podgórski. Als gevangene van de Duitsers kwam hij aan het westfront waar hij wist te ontsnappen en zich aansloot bij Maczeks pantserdivisie. In noord-oost Nederland neemt zijn levensloop een volgende wending als hij in contact komt met Giny Lukkien. Vanuit de bezettingszone in Duitsland hield hij contact met Giny en ze trouwen in 1951. Zowel zijn zoon als kleinzoon werden militair en Dominik werd pleitbezorger van de Poolse bijdrage aan de bevrijding in Noord-Nederland. Het is mooi om na de toch vaak trieste verhalen van de 60 gesneuvelde Polen dit verhaal met een blije afloop te kunnen lezen en vertelt te krijgen bij de boekpresentatie.

De ontbrekende gezichten: Kan u helpen?

Van de omgekomen militairen ontbreken nog zes portretten. Met de auteur spreken we de hoop uit dat nu dit verhaal meer wordt verteld, ergens nazaten of (amateur) historici opstaan die over deze portretten beschikken (dat geldt wat ons betreft voor meer Polen die nog geen gezicht hebben op Poolse Oorlogsgraven).

Mocht u ingangen weten of zelf over protretten beschikken. Neem dan contact met ons op.

Een must have?

Is dit boek nu een must have? Ik zou zeggen voor iedereen die geïnteresseerd is de Poolse (en dus ook de Belgische) bijdrage aan de bevrijding mag dit boek niet in de boekenkast ontbreken, dus ja een must have. Het is goed gedocumenteerd (grappig genoeg verwijzen twee bronverwijzingen zelfs naar onze site maar dat heeft natuurlijk geen invloed op het oordeel), leest goed weg en heeft voor de meeste liefhebbers de juiste detaillering.

Kijk zelf en als u overtuigd bent, ga dan snel naar bol.com (of andere boekenwinkel) zodat u het in de komende vrije dagen kan lezen.

Dit artikel verscheen eerder op Polen in Beeld

Dodelijke oudejaarsdag bij Kapelsche Veer

In de winter van 1944-45 vormde de Bergsche Maas de grens tussen bevrijd gebied en het nog door de Duitsers bezette noorden van Nederland. Uitzondering was het eilandje tussen de Bergsche Maas en het Oude Maasje bij Kapelsche Veer. Hier hadden de Duitsers nog een laatste bruggenhoofd.

De geallieerden wilden dit innemen. In de nacht van 28 op 29 december verkenden de Poolse Pantserdivisie de omgeving en stuitten op hevige Duits weerstand. Twee nachten later, 30 op 31 december volgde een serieuze aanval. Hierbij verloren de Polen 49 man, waaronder 12 gesneuvelden, allen van de 9 Batalion Strzelców Flandryjskich (9e Infanteriebataljon “Vlaanderen”).

Met nog drie andere slachtoffers op andere plekken had de divisie die dag 14 dodelijke slachtoffers te betreuren:

Gesneuvelden bij Kapelsche Veer

Allen van het 9 Batalion Strzelców Flandryjskich (9e Infanteriebataljon “Vlaanderen”):

  1. Strzelec (Fusilier)  Tadeusz Wysocki (14-2-1926)   
  2. Strzelec (Fusilier)  Adam Szwed (5-4-1921)   
  3. Starszy strzelec (Korporaal)  Bronisław Szulu (15-4-1909)   
  4. Kapral (Korporaal 1)  Eryk Skóra (1-12-1923)   
  5. Strzelec (Fusilier)  Józef Sękowski (9-3-1924)   
  6. Starszy strzelec(Korporaal)  Alfred Kalamojczyk (1-1-1925  ) 
  7. Strzelec (Fusilier)  Marceli Januszewski (6-7-1920) 
  8. Strzelec (Fusilier)  Leon Jankowski (21-4-1920)   
  9. Starszy strzelec (Korporaal)  Zbigniew Faszczewski (7-7-1921) 
  10. Kapral (Korporaal 1)  Ignacy Cichocki (1-2-1910)   
  11. Podporucznik (Tweede Lt.)  Leon Czertok (14-4-1920)   
  12. Strzelec (Fusilier) Edmund Babiak (30-8-1920)

Gesneuvelden op andere locaties

  • Starszy strzelec (Korporaal) Tomasz Kuczma (21-12-1914) 11 kompania saperów (11e Compagnie Genietroepen) : komt om door een ongeluk met zijn wapen (foto nr. 13)
  • Strzelec (Fusilier) Zygmunt Sosnowski (2-5-1923) ook van 9 Batalion Strzelców Flandryjskich  (9e Infanteriebataljon “Vlaanderen”) maar in 32 British Cas. Clearing Station, Goirle. Raakte op 29 december gewond door een granaatscherf op de dijk tussen Sprang-Capelle en Waspik (foto nr. 14).
  • Starszy strzelec (Korporaal) Alojzy Szychliński (12-6-1922)  1 pułk artylerii przeciwpancernej  (1e Antitankregiment): Sneuvelt bij Engelen, ten noorden van Den Bosch (foto nr. 15).

Tweede aanval 7 januari

Omdat de aanval in de oudejaarsnacht niet succesvol was bleven de gevechten door duren rond ‘het eiland’. Zo sneuvelden er enkele Polen op 5 januari ten westen van het eiland bij Raamsdonkse veer / Raamsdonkse Keet.

In de nacht van 6 op 7 januari wordt opnieuw een grootschaligere aanval uitgevoerd om het eiland in te nemen. Daarbij sneuvelen nog eens 27 Polen op 7 januari en 4 op 8 januari.

De jongste is Strzelec (fuselier) Zygmunt Rydlewski, geboren op 29 mei 1926 in Orlowo, een kleine veertig kilometer ten noorden van Toruń. De oudste is Strzelec (fuselier) Augustyn Małek. Hij kwam uit Radlin ten zuidwesten van Katowice waar hij op 26 november 1907werd geboren. Deze regio, Ślaski (Silezië) was Pruisisch voor de Poolse onafhankelijkheid van 1918 en werd door Duitsland ingelijfd na de inval van 1939. Uit bescherming voor waarschijnlijk achtergebleven familieleden vocht Małek onder de naam Michalski. Zo vochten meerdere Polen onder een pseudoniem.

Beiden liggen begraven in Breda op Begraafplaats Laurentius (Ginneken)

Topografische kaart via Topotijdreis.

Oberdak, het Poolse slachtoffer van Woeste Hoeve bleef lang in vergetelheid

Lang was zijn naam onbekend, Czesław Oberdak. Na de massaexecutie bij Woeste Hoeve in 1945 werd hij niet geïdentificeerd. Als anoniem slachtoffer lag hij eerst in Uchelen en daarna in Loenen begraven totdat de journalist Richard Schuurman op zoek ging naar aanleiding van een brief van de zus van Czesław, Ludmilla Oberdak. Dankzij die speurtocht werd deze Poolse vlieger geïdentificeerd, staat zijn naam op het monument bij Woeste Hoeve en werd zijn stoffelijk overschot in 2009 bijgezet worden in het familiegraf in Kraków. Dit alles is te lezen in het boek dat Schuurman schreef ‘Spoor naar Woeste Hoeve’.

Oberdaks jeugddroom eindigt bij de Woeste Hoeve

Czesław Oberdak wordt geboren op 20 juli 1921 in Kraków, Polen. Daar groeit hij op met zijn oudere zus, Ludmila, en een jonger broertje, Roman. Zijn jeugddroom is om piloot te worden. In 1939 begint hij aan die droom aan de Luchtmachtschool in Poznań. Toen de Duitsers in september 1939 Polen binnenvielen, vlucht hij net als zo veel andere Poolse militairen uit Polen. Hij volgt de route via Roemenië, Joegoslavië en Italië. In Frankrijk sluit hij zich aan bij de daar gevormde Poolse luchtmacht in Lyon. Zijn verblijf daar is tijdelijk. De meeste Polen worden bij de val van Frankrijk in juni 1940 naar Verenigd Koninkrijk geëvacueerd, zo ook Czesław.

Hoe het hem verder vergaat als piloot en hoe hij voor lange tijd eindigt in een anoniem graf als slachtoffer van de massaexecutie bij Woeste Hoeve, is te lezen op zijn pagina.

Twee Lancasters boven Nederland neergeschoten in één nacht

In de nacht van 12 op 13 juni 1944 vertrekken acht Lancasters van het Poolse 300 Squadron vanaf vliegbasis Faldingworth op een missie naar Gelsenkirchen. In totaal vertrekken 286 bommenwerpers voor deze missie. Zeventien keren die nacht niet terug waarvan drie van het 300 Squadron. Twee van de Lancasters worden boven Nederland neergeschoten. Van de 14 bemanningsleden overleeft er slechts een de crash.

Bommenrichter Morski uit de Lancaster BH – C wordt gevangen genomen. Boordwerktuigkundige Bladowski spoelt aan bij Wijdenes en wordt daar begraven en later overgebracht naar Breda. De andere bemanningsleden worden bij de berging van het vliegtuig in mei 2003 geborgen en worden in Breda begraven in een gezamenlijk graf.

Van Lancaster BH – K raakt radio operator Pacula vermist. De andere bemanningsleden worden in de loop van 1944 gevonden. Van hen ligt boordwerktuigkundige Szeliga ligt begraven in Elburg. Drie bemanningsleden, staartschutter Bardzo, piloot Różański en koepelschutter Wróblewski, vonden eerst een graf in Urk maar werden later herbegraven in Amersfoort waar ook bommenrichter Bakun en navigator Hahn begraven liggen. De foto bij dit bericht toont de crew van Różański in juni 1944, kort voordat ze omkomen.

Over het 300 Squadron: “Ziemi Mazowieckiej”

Op 28 juni 1940 stuurde het Britse Air Ministry een telegram naar de 6th Bomb Group met het bevel om het eerste Poolse bommenwerpersquadron nr. 300 te vormen. Dit startte met de eenmotorige Fairey Battle.  Later in de oorlog stapten ze eerst over op de tweemotorige Wellington en ten slotte op de viermotorige Lancaster.

300 Squadron voerde 3.891 missies uit, waaronder 684 gevechtsmissies, waarbij 10.712 ton bommen werd afgeworpen. 15 Duitse vliegtuigen werden vernietigd of beschadigd tijdens de gevechten, met 79 eigen verliezen. 371 piloten kwamen om en 87 werden gevangengenomen. Het squadron werd ontbonden op 2 januari 1947. Van de 371 slachtoffers liggen er 44 begraven in Nederland.

Embleem 300 Squadron
Embleem 300 Squadron

Rózanski en zijn bemanning

Via de site van Bomber Command Museum of Canada is een uitgebreide geschiedenis te vinden van het squadron. Daarin staat ook een passage over deze beide bommenwerpers:

“LL807 was brought down by flak at the Dutch coast, probably from Texel, while outbound, and crashed into the Ijsselmeer with no survivors from the crew of F/L Rozanski. DV286 was on its way home when it was intercepted by a night fighter, and also crashed into the Ijsselmeer, killing F/S Rembecki and all but one of his crew. The bomb-aimer, P/O Morski, managed to drop through the escape hatch underneath him, and parachute to safety, and he was rescued by two Dutch fishermen, before being handed over to the Germans.” (pag 180).

Op pagina 178 en 179 zijn foto’s te vinden van het vliegtuig en de bemanning.

Meer informatie over de beide vliegtuigen

De site Studiegroep Luchtoorlog 1939-1945 schrijft over de crash van DV286 het volgende:

“Lancaster DV286 vertrok om 23:20 uur vanaf RAF Faldingworth voor een bombardement op de Nordstern-fabriek voor synthetische olie in Gelsenkirchen in Duitsland. Op weg naar huis, terwijl het de Nederlandse kust overstak, stortte het in brand neer nadat het was onderschept door nachtjagerpiloot Leutnant Gottfried Hanneck van 6./NJG 1, die was opgestegen vanaf vliegveld Deelen in een Bf 110G-4. Piloot P/O. B.F. Morski werd gered door twee Nederlandse vissers en later overgebracht naar een Duits marineschip. Boordwerktuigkundige Sgt. F.S. Bladowski spoelde aan bij Wijdenes. Het vliegtuig is in mei 2003 geborgen en de bemanningsleden zijn hierna begraven in Breda op 25 oktober 2003.”

Bladowski werd op 17 juni 1944 begraven in Wijdenes en is eerder moment overgebracht van Wijdenes naar Breda en ligt daar in een eigen graf. De vijf in in 2003 geborgen bemanningsleden liggen in een gezamenlijk graf.

Het blijkt bij verder zoeken op internet dat de Stichting Aircraft Recovery Group zich heeft ingezet voor de berging van de slachtoffers. Op hun website staat een relaas van de zoektocht en foto’s van de berging.

Sinds 2007 staat er op de Zuiderdijk 41 in Wijdenes een monument ter nagedachtenis aan de bemanning van deze Lancaster.

Bronnen

De PDF van Bomber Command Museum of Canada is ook op onze site te raadplegen mocht bovenstaande link (op termijn) niet meer werken.

Via de site van het IWM zijn meerdere foto’s te vinden van het squadron en de bemanningen. De foto’s bij dit artikel zijn van deze bron.

Hieronder een Wellington van het squadron die wel terugkeerde op de basis.

De trotse ‘wachtmeester’ heeft een steen met zijn naam: PLT. E Morchonowicz

Edward Morchonowicz was sergeant (Plutonowy in het Pools) van de 8e Compagnie van het 3e Bataljon van de 1e Poolse Onafhankelijke Parachutistenbrigade. Op 23 september 1944 sneuvelt hij in Oosterbeek en pas in 2022 wordt duidelijk waar hij ligt begraven op de ‘Airborne begraafplaats’. Op vrijdag 15 september wordt zijn graf officieel heringewijd.

Voor de oorlog  en de septembercampagne van 1939

In het vooroorlogse Polen was Morchonowicz sinds 1935 onderofficier in het 24e Ulanen (cavalerie) Regiment in de stad Kraśnik. In 1938 nam hij deel aan de verovering van Zaolzie, op de Tsjechen, dat sinds 1920 bezet was. In 1939 nam hij met zijn regiment deel aan gevechten tegen de Sovjets in Jordanów-Kasina Wielka, Zegartowice, Leszczyna, Pcim, Głogów-Rzeszów-Łańcut, Radymno , Jaworów, Grzybowice en verdediging van Lwów. Op 20 september 1939 stak hij de grens over en werd geïnterneerd in Hongarije.

Op oudejaarsavond van 1940 arriveerde hij in Frankrijk en werd soldaat van het 1e Squadron van de 10e Gepantserde Brigade. Zijn eenheid nam niet deel aan de Franse Campagne van april/mei 1940. Op 26 juni arriveerde hij in Engeland, waar hij soldaat werd van het 24e Ulanen Regiment (gepantserd).

Lid van de brigade

Begin 1942 solliciteerde hij bij de parachutistenbrigade. Omdat hij een zeer goede instructeur en soldaat was, weigerden zijn superieuren hem te laten gaan. Hij solliciteerde nogmaals. Ze weigeren hem opnieuw. Dus hij begint te drinken en gedraagt zich als de ergste. Daarvoor werd hij gedegradeerd tot de rang van korporaal en overgeplaatst naar het 10e Drakenbataljon. Uiteindelijk geven zijn superieuren hem eind 1942 toestemming om over te stappen naar de parachutistenbrigade.

Morchonowicz kwalificeerde zich als parachutist, para-badge nr. 2669. Binnen anderhalf jaar herwon hij de rang van Lance Sergeant en kreeg hij zeer goede beoordelingen van zijn nieuwe superieuren. Zijn vrienden van de Parabrigade herinnerden hem als een zeer opgewekt en open persoon. Zijn enige nadeel was dat hij stotterde tijdens het spreken. Dit nadeel verdween als hij zingt en hij zingt vaak en speelt accordeon.

Ooit had hij een hekel aan een nieuwkomer in zijn peloton. Andere soldaten vroegen hem: “Waarom scheld je hem uit?” Hij antwoordde: “Omdat hij mij bespotte”. Ze zeiden tegen hem: “Hij bespotte je niet, hij stotterde ook”. Vanaf dit moment werden ze vrienden.

De trotse Wachmistrz

Hij werd ook herinnerd als een trotse cavalerieman. Hij probeert zich te kleden als een cavalerist en draagt een broek en laarzen voor een expeditieruiter in plaats van een gevechtsbroek en munitielaarzen. De soldaten die hij kende van zijn cavalerie-eenheid in Polen zeiden altijd: ‘Je bent geen schutter, je bent een parachute-uhlan.’ Over hemzelf “Ik ben geen sergeant, ik ben parachute Wachmistrz (sergeant in de Poolse cavalerie, afgeleid van het Duitse Wachtmeister, in het Nederlands wachtmeester)”.

In Driel en Oosterbeek

Hij werd op 21 september in Driel gedropt vanuit Dakota met krijtnummer 75. In de nacht van 22 op 23 september stak hij met zijn 8ste compagnie de Rijn over in drie rubberboten, twee 2-persoons en één 4-persoons, “geleend” op het vliegveld van Amerikanen. 36 van hen staken die nacht de rivier over.

Op de ochtend van de 23e namen ze posities in bij de vijver bij het kruispunt van de Benedendorpsweg en de Kneppelhoutweg. Na de ochtendbeschietingen werd hij dood aangetroffen, met splinterwonden. Hij was het eerste slachtoffer van soldaten die de Rijn overstaken. Hij werd door zijn kameraden 70 meter achter posities begraven, zoals vermeld in het rapport over zijn dood. Hoewel hij in 1945 door de Britse autoriteiten werd geïdentificeerd, had hij tot 2022 geen bekend graf.

Herinwijding

Volgens onderzoek op basis van Poolse en Britse militaire en CWGC-documenten werd hij als onbekende Poolse soldaat begraven in graf 18.A.1 op de Oorlogsbegraafplaats van Oosterbeek. Postuum werd hem het Cross of Valor toegekend.

De grafsteen op graf 18.A.1 is in de zomer van 2022 veranderd van ‘onbekende Poolse soldaat’ naar die met zijn naam en gegevens.

PLT.
E MORCHONOWICZ
3 BAON SPAD
23RD SEPTEMBER 1944 AGE 28

Op vrijdag 15 september 2023 vind een herinwijdingsceremonie plaats. Details in het weekprogramma van de stichting vind u hieronder:

Tekst gebaseerd op de input van Mateusz Mroz. Zijn onderzoek was essentieel in het leggen van de link tussen de stoffelijke resten in graf 18.A.1 en Edward Morchonowicz zoals hij eerder hetzelfde deed voor Edward Trochim. Meer over deze en andere Poolse oorlogsgraven in Nederland vind u op poolseoorlogsgraven.nl.

Foto van veldgraf via Mroz, overige foto's Poolseoorlogsgraven.nl